- LocatieWestzaan
- GebiedOverig
- BestemmingsplanIndustrie
- Oppervlakte206 m2
- Indicatieve koopsom
Algemeen
Objectinformatie
Adres: bedrijventerrein HoogTij in Westzaan, nabij Achterspring 4
Perceel: gemeente Westzaan, sectie D, nummers 3586, 3587 (ged.) en 3589 (ged.)
Perceelgrootte: totaal circa 206 m²
Voornemen tot uitgifte in erfpacht
De gemeente Zaanstad heeft het voornemen om een drietal percelen grond, met een totale grootte van circa 206 m², in erfpacht uit te geven aan Havenbedrijf Amsterdam N.V.
Partij is de enige serieuze gegadigde
De gemeente heeft met deze partij eerder een erfpachtovereenkomst gesloten voor het aangrenzende bedrijfsperceel aan de Achterspring 4 te Westzaan. Voor een goede inpassing van het beoogde bouwplan is het noodzakelijk de perceelsgrenzen uit te breiden. Vanwege de minimale oppervlakte, de langgerekte vorm en de locatie van de percelen, zijn de percelen in beginsel niet zelfstandig bruikbaar voor derden. Gelet hierop is de gemeente van oordeel dat deze partij de enige serieuze gegadigde is die in aanmerking komt voor de uitgifte in erfpacht.
Vervaltermijn
Indien u zich niet kunt verenigen met dit voornemen en meent ook een serieuze gegadigde te zijn voor de in erfpacht uit te geven percelen grond, dan dient u dit uiterlijk 20 dagen na deze publicatie (uiterlijk 31 maart 2025) vóór 14:00 uur, kenbaar te maken door middel van een gemotiveerd bericht te sturen naar vastgoed@zaanstad.nl, onder vermelding van Achterspring 4 te Westzaan.
Bij gebreke van een tijdig en gemotiveerd bericht vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De gemeente Zaanstad en de eerder genoemde partij zouden immers onredelijk worden benadeeld, indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst(en) zou worden opgekomen.
Met deze publicatie geeft de gemeente uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).